Vragen? Bel 033 - 258 85 87

Home - Over Minisoos - Liedjes

Liedjes

Deze liedjes worden altijd gezongen op de speelzaal, voor het kringgebeuren is er een vast opruimmoment, en als de peuters dit liedje horen gaan ze bijna allemaal braaf opruimen.

Opruimen, opruimen opruimen maar,
Opruimen opruimen opruimen maar,
Alles in de kast en dan is het klaar
Opruimen opruimen opruimen maar

Of

Alles in de kist en dan is het klaar

En als alles opgeruimd is zingen wij dan:

Stoeltjes in de kring en dan is het klaar
Opruimen opruimen opruimen maar

Als wij dan in de kring zitten, beginnen wij altijd met:

Geef elkaar de ene hand , geef elkaar de andere hand, dan kunnen wij beginnen en dan kunnen wij gaan zingen!

Gevolgd door:

Wat een mooie kring, wat een mooie kring, wat een mooie kring ja ja.
Wat een hoge kring, wat een hoge kring, wat een hoge kring ja ja.
Wat een lage kring, wat een lage kring, wat een lage kring ja,ja.
Wat een grote kring, wat een grote kring, wat een grote kring ja ja .
Wat een kleine kring, wat een kleine kring, wat een kleine kring ja ja.
Wat een harde kring, wat een harde kring, wat een harde kring ja ja.
Wat een zachte kring, wat een zachte kring, wat een zachte kring ja ja.

En dan op volle kracht:

Twee handjes op de knietjes, twee handjes in je zij, 
twee handjes op je schouders, op je hoofdje allebei.
De linker wijst naar boven de rechter doet ook mee.
Nu steken wij ze recht vooruit en draaien wij ermee.
Nu maken wij twee vuistjes zo stevig als het maar kan, 
daar kan je hard mee trommelen
Van je rommeldebommeldebom.
De duimpjes zijn het dikste, de pinkjes zijn nog klein
Nu moeten alle handjes op het ruggetje zijn.
Waar zijn alle handjes gebleven ( ik heb ze aan mijn ruggetje gegeven)
Eèn, twee, drie, daar zijn ze weer!!!!!!!!!!

Natuurlijk zingen wij voordat een peuter de crackers uit gaat delen:

Smakelijk eten, smakelijk eten, eet maar op, eet maar op, dat zal lekker smaken
Dat zal lekker smaken, eet maar op, eet maar op.

Na het verhaaltje en allerlei liedjes die meestal met het thema te maken hebben waar wij op dat moment mee bezig zijn, sluiten wij de kring af met het drinken, en dan zingen wij:

Smakelijk drinken, smakelijk drinken, drink maar op, drink maar op,
Dat zal lekker smaken, dat zal lekker smaken, drink maar op drink maar op.

Na de kring, gaan wij meestal naar buiten als het weer het tenminste toelaat
Alle peuters staan of zitten dan braaf bij de deur te wachten tot dat iedereen zijn jas aan heeft.

Als wij naar buiten gaan, als wij naar buiten gaan, moeten wij vandaag onze jas wel aan.Veel plezier, veel plezier en spelen maar!!!

Als het warm weer is, zingen wij:

Als wij naar buiten gaan, als wij naar buiten gaan, trekken wij vandaag onze jas niet aan.Veel plezier Veel plezier en spelen maar!!!

Het boodschappenlied:

Boodschappen doen met je moeder (vader) 
karretje pakken in de supermarkt.
Boodschappen doen met je moeder, pak mee een potje jam.

Allerlei boodschappen gaan in de kar, afhankelijk van het thema of onderwerp waar wij die dag mee bezig zijn.

Het schoenenlied:

Ik heb twee mooie schoenen aan, daar kan je op lopen maar ook op staan,
Linkervoet en rechtervoet, oh wat staan mijn schoenen goed.

Dierenliedjes

Een koetje en een kalfje die liepen in de wei, 
toen kwam er een heel dik varkentje voorbij, 
dat zei, dat zei. Geef dat kalfje maar aan mij, 
nee zei de koe , boe boe boe.
Nee zei de koe , boe boe boe.

Schaapje, schaapje, heb je witte wol, ja baas, ja baas drie zakken vol.
Eèn voor de meester en èèn voor de vrouw, 
èèn voor het kindje dat bibbert van de kou.
Schaapje schaapje heb je witte wol, ja baas ja baas drie zakken vol.

Lammetje, lammetje, lammetje, kom eens over mijn dammetje.
Lammetje lief, lammetje klein, wil jij wel mijn vriendje zijn.

Kipje tok tok tok.
Zit jij in je kippenhok.
Leg voor mij snel een ei, o wat heerlijk smullen wij. 
(melodie poesje miauw)

Boer wat zeg je van mijn kippen, Boer wat zeg je van mijn haan.
Hebben zij dan geen mooie veren of staat jou de kleur niet aan.
Boer wat zeg je van mijn kippen, boer wat zeg je van mij haan

Er komen eens twee spinnetjes kriebel krabbel, 
kriebel krabbel,kriebel krabbel. (met de handjes en vingers wiebelen)
De èèn heet Piet de ander heet Jan, 
kriebel krabbel kriebel krabbel kriebel krabbel.
Weg is piet, Weg is jan. (op je handen blazen en de handen op de rug)
Daar komen ze daar komen ze daar komen ze weer an. (Handen weer terug) 
Dag Piet, dag Jan.

Een spinwiedewin een spinwiedewin, die weeft een web, die weeft een web.
Een spinwiedewin een spinwiedewin daar vangt hij vliegjes en mugjes in.

Dribbel, Dribbel, aardige hond, jij bent zo klein en je loopt zo vrolijk rond,
Als je vraagt? Wie ik de liefste vindt, zeg ik Dribbel mijn kleine vriend.

Herfstliedjes

Herfst, herfst, Wat heb je te koop, 
duizend kilo bladeren op een hoop, zakken vol met wind,
ja mijn kind, geloof niet dat jij dat aardig vindt

Egels houden winterslaap, winterslaap winterslaap
Egels houden winterslaap, gaap gaap gaap

Op een grote paddestoel rood met witte stippen, 
zat kabouter Spillebeen heen en weer te wippen. 
Krak zei toen de paddestoel met een diepe zucht, 
allebei zijn beentjes vlogen in de lucht.

Maar die domme Spillebeen hield niet op met wippen 
op die grote paddestoel rood met witte stippen. 
Toen kwam kabouter Langebaard en die riep toen luid, 
moet dat stoeltje ook kapot, Spillebeen schei uit.!!!!!!!!

Zie je de kastanjes aan de bomen , zie je alle eikels in het mos.
Nu is het herfst de blaadjes vallen , nu is het herfst in ieder bos.

Hoor de wind eens waaien oei, oei, oei, 
zie de takken zwaaien oei oei oei. 
Ga niet zo te keer, jij lastige meneer, 
ik blijf lekker binnen met dit koude weer.

Eekhoorn, eekhoorn met je lange staartje, 
eekhoorn, eekhoorn spring maar met een vaartje.
Tikke takke tone, roetsj door de bomen.

Pak je laarzen, pak je jas, moeder breit een wollen das, 
loop maar in de regen, loop maar in de wind, 
stamp in de plassen, mijn lieve kind.

Kerstliedjes

Luid klokje klingelingeling, luid klokje kling.
Wij gaan kerstfeest vieren en de boom versieren
Kerstfeest is gekomen kaarsjes aan de bomen. 
Luid klokje klingelingeling, luid klokje kling.

O denneboom, o denneboom, wat zijn uw takken wonderschoon.
Ik heb je laatst in het bos zien staan toen zaten er geen kaarsjes aan.
O denneboom, O denneboom, wat zijn je takken wonderschoon.

Twinkel twinkel kleine ster,
Wat sta jij daar hoog en ver.
‘s Avonds kijk ik uit mijn raam,
en dan zie ik jou daar staan.
Twinkelt winkel klein ster,
Wat sta jij daar hoog en ver.

Stille nacht, heilige nacht,
Kindje klein, slaap maar zacht.
Ook voor mij heb jij vrede gebracht.
Vrede voor ons allemaal, vrede voor ons allemaal.

Zie je ook die kerstboom staan,
Hij is heel mooi versierd, de ballen hangen er nu aan, 
het kerstfeest wordt gevierd.
Kerstfeest, Kerstfeest, vieren wij, voor jou en ook voor mij.
Kerstfeest, Kerstfeest vieren wij, voor jou en ook voor mij.

Ik kom hier binnen (melodie drummer boy).
Ik kom hier binnen en zie kaarsjes staan, 
Daarom heb ik nu ook mijn kaarsje aan.
Ik kom hier binnen samen hand in hand
‘k weet zeker dat mijn lichtje altijd brand, altijd brand, altijd brand, altijd brand.

Bij dit liedje worden alle trommels tevoorschijn gehaald, en iedereen zingt en trommelt op volle kracht.

Zo ook bij dit volgende liedje: 
Midden in de winternacht ging de hemel open.
Hij die vrede heeft gebracht antwoordt op ons hopen.
Elke vogel zingt zijn lied, herders waarom zingt gij niet .
Laat de citer gaan, laat de beltrom gaan, laat de trom, 
laat de bel, laat de beltrom horen
Er is een kind geboren.

De herdertjes lagen bij nachten, zij lagen bij nacht in het veld.
Zij hielden vol trouwe de wachten, zij hadden hun schapen geteld.
Toen hoorden zij engelen zingen, hun liederen vloeiend en klaar.
De herders naar Bethlehem gingen en vonden een kindje daar.

Het oliebollenlied

Als wij na de kerstvakantie weer beginnen, zijn de meeste kinderen nog vol van de gezellige kerstdagen en oud en nieuw. Bij binnenkomst wordt er ook nog druk gelukkig Nieuwjaar gewenst, meestal heeft het eerste werkje van het nieuwe jaar dan ook betrekking op het nieuwjaarsgebeuren “een mooi vuurwerkwerkje” of “een mooi plakwerk” vol oliebollen met poedersuiker. Wij zingen dan dit ongelooflijke mooie lied.

Een oliebol, een oliebol die hou je in je hand.
Dan maak je er een slurfje aan dan heb je een olifant.
Tjingele boem, tjingele boem, tjingele boem trala.
Tjingele boem, tjingele boem, tjingele boem trala.

Dit liedje wordt een paar keer herhaald. In plaats van slurfje zingen wij dan vier poten,twee oren, een staart, twee tanden, tot de olifant compleet is.

Winterliedjes

Dag meneer de sneeuwman, waar kom jij vandaan?
Dag meneer de sneeuwman, blijf eens staan.
Hier is je das en je stok en je hoed.
Dag meneer de sneeuwman, het staat je goed.

Eeuw eeuw eeuw, een poes loopt door de sneeuw.
Nu heeft hij witte sokjes aan, eeuw eeuw eeuw.

In plaats van poes kan er ook over een ander dier gezongen worden, 
bijvoorbeeld: een hond, muis, olifant, krokodil, of gewoon een peuter.

Liedjes over je lichaam

Ik heb twee mooie oren, èèn hier en ook èèn daar!, 
daar kan ik jou mee horen vind je dat niet raar? 
En dit hier zijn mijn ogen, mijn wangen en mijn kin, 
mijn mondje en mijn neusje met snotjes er in.

Kun je met je handjes zwaaien, zwaai, zwaai, zwaai.
Kun je met je koppie draaien, draai draai draai.
Kun je ja of kun je nee, doe je doe je doe je mee.

Kun je in je handjes klappen, klap klap klap.
Kun je met je voeten stappen, stap, stap, stap.
Kun je ja of kun je nee, doe je doe je doe je mee.

Kun je in je handen klappen, klap klap klap.
Kun je met je voeten stappen, stap, stap, stap.
Twee handen omhoog en dan in een grote boog, 
En dan vlug op je rug.

Hocus pocus pilatus, pilatus pas.
Hèèèèl hard blazen, ik wou dat alle handjes weer terug waren.

Dit kan herhaald worden met:

kun met je neusje wippen wip, wip, wip
kun je met je oogjes knipperen, knip,knip knip 
Twee handen omhoog, dan met een grote boog,
En dan vlug op je rug.
Dan weer hocus pocus, enz.

Dit zijn mijn wangetjes en dit is mijn kin.
Dit is mijn mondje met tandjes erin. 
Nu nog mijn ogen, mijn oren, mijn haar. 
En dan nog mijn neusje. 
En nu ben ik klaar.

En nu een oude topper, populair bij peuters en bij bejaarden:

Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen.
Hoofd. Schouders, knie en teen, knie en teen.
Ogen, oren, puntje van je neus.
Hoofd, schouders, knie en teen, knie en teen.

Dit liedje wordt ook veel gezongen op de speelzaal, vuistje maken en stapelen maar, eerst omhoog!:

Deze vuist op deze vuist.
Deze vuist op deze vuist.
Deze vuist op deze vuist en zo klim ik naar boven.

En nu naar beneden:

Deze vuist onder deze vuist.
Deze vuist onder deze vuist.
Deze vuist onder deze vuist en nu ben ik beneden.